Trimaran, Dragonfly 800 SW
l x b x d: 8 x 6 x 1,5 m
Schipper: Guus Jansen
Bouwjaar:1995.

Wij, Guus en Ineke Jansen varen met deze boot sinds 1998. We zijn toen meteen lid geworden van de CTC. In dat jaar kochten we deze Dragonfly 800, toendertijd Popeye genaamd, in Oostmahorn van de eerste eigenaar.
Voor die tijd, van 1970 tot 1997, voeren we in Friesland en op het IJsselmeer/Markermeer (er zat in het begin nog een gat in de dijk van Enkhuizen naar Lelystad) met een open bootje, een FD voorzien van een kieltje met de naam Droogkeeltje.

Aangezien we steeds meer het open water opzochten en af en toe bijna vol liepen, werd het tijd voor een beter aan die omstandigheden aangepast schip. Voor we tot de aankoop van deze multihull overgingen hebben we twee seizoenen een paar weken gezeild met een gehuurde DF 800.

We besloten, tegen de gewoonte in, de net aangeschafte boot toch maar een nieuwe naam te geven. Een boot is vrouwelijk en aan Popeye konden we niets vrouwelijks ontdekken. De nieuwe boot moest een naam krijgen a la de vorige boot: Droogkeeltje, eigenschap-lichaamsdeel, iets te maken hebben met het boottype en de booteigenschappen. De eerste ingeving Platbodem werd verworpen nadat we een libelle (dragonfly) soort vonden met de Nederlandse naam: Platbuik (Libellula depressa). De vrouwtjes van deze soort zijn overwegend geel. Daarmee was Platbuikje met overwegend gele striping een feit.

Langzamerhand hebben we ons vaargebied uitgebreid: Nederlandse Wadden,  Duitse Wadden, Noord-Duitse Wadden, Helgoland, Rømø, Denemarken. En na mijn pensionering Zweden, Åland en Finland.
We zijn typisch toerzeilers. Wedstrijden, zeilen om te winnen, is aan ons niet besteed. De boot is ingericht voor langdurig verblijf, en we zeilen met veel spullen en een kat aan boord. We hebben vermoedelijk de zwaarste DF800 van Nederland. Wel proberen we in de buurt te blijven van de voorgeschreven maximale payload van 500 kg. Na enkele jaren weten we nu wat we gedurende 3-4 maanden onderweg bij ons willen hebben, wat overbodig is en wat je onderweg wel en niet kunt aanschaffen. Comfort als bij een monohull moet je bij ons niet zoeken, het gaat om het toerzeilen.

Om het zeilen te vergemakkelijken is een zelf-wendende fok gemonteerd. Naast de spinnaker varen we bij zwakke wind(<5 Bft) op koersen van 70-130° tov de wind de laatste jaren met een genua 0 op een aparte strijkbare roller, die we voor de fok hijsen met de spi-val. Dat extra zeiltje heeft ook gele versterkingsdraden en heeft de naam Geeltje gekregen.

Bij lange tochten wil je wel eens je handen van de helmstok kunnen halen, dus heeft de stuurautomaat Miep-Miep zijn intrede gedaan als reserve stuurvrouw. Gekoppeld met het signaal van de windmeter zorgt ze voor een vaste koers tov de wind.

Onze huidige poes Sherry zeilt altijd mee en gaat elke nacht zelfstandig de omgeving verkennen, hetgeen af en toe resulteert in een kat-dag: wachten op de kat ipv op de wind. Ja ja zeilen is the most difficult way tot go nowhere!

De laatste jaren zeilden we naar Umeå(2009), Helsinki(2010), Stockholm(2011), Turku(2012),, Usikaupunki(2013) en terug gedurende de maanden mei-half aug. Van alle reizen is per dag een logboek en een gezeilde track op Google maps beschikbaar; wie die wil lezen en bekijken kan contact met ons opnemen: Ook voor andere toerzeil- en trajectvragen staan we open.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *