Zeilers zijn pioniers bij uitstek. Denk alleen al aan de vroegere ontdekkingsreizigers. Voor de ontwikkeling van het zeilen met multihulls geldt dat pionieren in het bijzonder. In Nederland speelde de Catamaran en Trimaran Club (CTC) hierbij een belangrijke rol.

De ontwikkeling van multihulls kwam vanaf de Tweede Wereldoorlog pas echt op gang. Dit ging niet altijd vlekkeloos. Enthousiastelingen ontwierpen en bouwden hun schepen zelf waardoor mechanische en zeiltechnische problemen min of meer door ‘trial and error’ werden uitgezocht. Dat leverde in die beginperiode, naast puur avontuur en uitdaging, soms ook wel eens ongevallen op. Dat was debet aan de reputatie van multihulls maar gelukkig bleef er een groep mensen geloven in het concept van meerrompschepen.

Verenigingsblad en evenementen

In 1968 kropen geestverwanten bij elkaar om de Catamaran en Trimaran Club Nederland op te richtten. Nico Boon, Jos Basie, Oliver, Blauw en Verkerk vormden het eerste bestuur. Al snel ontstond het verenigingsblad CTC-Nieuws, het kloppende hart van de club, onder redactie van Nico Boon. Leden wisselden veel informatie met elkaar uit over het relatief onbekende zeilen met multihulls en vooral het ontwerpen en bouwen van deze schepen. Het persoonlijke contact van de leden onderling, het samen experimenteren, bouwen en varen gaf veel voldoening.

005

Veiligheid

Veiligheid van multihulls was zeker de eerste decennia een belangrijk onderwerp (van heftige discussie) in de CTC. Een gedegen studie van AYRS (Amateur Yacht Research Society) en daaropvolgende publicaties en symposia van internationale ontwerpers hebben veel bijgedragen aan het veiliger en sterker maken van multihulls. Tegenwoordig zijn multihulls de meest betrouwbare en veilige zeilschepen op de markt.

Zelfbouw belangrijk

CTC groeide van meet af aan als kool. In 1989 werd het ledental van 100 al bereikt! Een jaar later telde de vereniging 143 leden en in de negentiger jaren bestond de club uit meer dan 500 leden. Uit een enquête in 1970 bleek dat 31 procent van de leden een boot wilde kopen en dat zo’n 70 procent geïnteresseerd was in het zelf bouwen. Veel leden bouwden in die tijd hun eigen schepen naar de ontwerpen van James Wharram maar gaandeweg kwamen steeds meer andere ontwerpers, bouwers en werven in beeld.

bouw Tortuga  alibi  zelfbouwers

Een heel aantal zijn nog steeds lid van de CTC: Maarten Wiersma, Helmoet Wams, Lilian Boon, Ronald de Boer, Marijke Boon, Hans Sanders, Frits Wiersma en Nico Boon

Ontwikkelingen

Met de groei van de professionaliteit van de ontwerpers nam de ontwikkeling van multihulls een grote vlucht. Technologische mogelijkheden voortgestuwd door de ontdekking en toepassing van nieuwe materialen en bouwmethoden maakten steeds grotere, lichtere en snellere schepen mogelijk. Franse, Engelse en Australische ontwerpers namen daarin het voortouw: Shuttleworth, Woods, Tennant, Crowther, Lerouge, Irens, Schionning, Grainger om er maar een paar te noemen. In Nederland onder andere Veenema, Bosgraaf, Verheus, Köhler en Simonis/Voogd. Kajuitmultihulls van nu onderscheiden zich van gewone zeiljachten door hun geavanceerde techniek en veiligheid.

CTC anno nu

De pioniersgeest is nog steeds sterk aanwezig bij een groot deel van de CTC-leden. Alleen is de doelgroep door de jaren heen breder geworden. CTC kent nu een gemêleerd gezelschap met een enorm gezamenlijk enthousiasme voor multihullzeilen. Voor sommigen zit deze passie zo diep verankerd dat het haast een levensstijl is geworden. Voor veel anderen is het ‘slechts’ een leuke, sportieve bezigheid. Veel leden maken met hun schepen grote zeilreizen. Multihulls zijn er in alle soorten en maten, met de meest uiteenlopende eigenschappen. Van comfortabel tot pijlsnel en alles daartussen. CTC vertegenwoordigt de volle breedte van multihullzeilen in Nederland.